Het begon op 1 mei rustig. ‘s Morgens ontbijten en boodschappen doen. ’s Middags komen onze kinderen, Bente en Koen met partners, Sam en Isabel en onze drie kleindochters Juna, Polly en Bo. Een heerlijke gezellige middag die we moeten afbreken om dat Carla en ik naar het NoordWest Ziekenhuis in Alkmaar moeten voor de gastroscopie om 16:00 uur.
Ik lig op een bed in de wachtkamer. Een verpleegkundige rijdt mijn bed de behandelkamer in. Naast de MDL zijn er twee uitermate vriendelijke verpleegkundigen, waarvan één met een verstuiver een verdovingsspray achter in mijn keel spuit. Na een minuut of zo geeft dat een heel raar gevoel, zo’n verdoofde keel. Ik krijg een bitje met een rond gat in mijn mond nadat de verpleegkundige gevraagd heeft of mijn gebit losse delen heeft. Ik antwoord dat mijn gebit een klein vermogen gekost heeft en dat het wel heel erg zou zijn als er iets los zou zitten. Lachend zet ze het bitje vast met een band achter mijn hoofd.
De MDL is een prettige man die vraagt of hij stil moet zijn tijdens de gastroscopie of moet praten. Ik antwoord dat hij van mij mag praten als hij wat leuks te vertellen heeft en dat ik hoop dat er geen biopten genomen hoeven te worden.
Dan gaat de slang via mijn keel mijn slokdarm in. Ik kokhals wat maar geef niet over. Dat zou ook raar zijn want ik heb vanaf 10 uur vanmorgen niets meer gegeten en vanaf 2 uur vanmiddag niets meer gedronken, dus als het goed is dan is mijn maag leeg.
Het is geen fijn gevoel. Sterker nog, ik hoop niet dat dit lang gaat duren. De MDL haalt de slang af en toe wat omhoog en duwt ‘m daarna weer omlaag. Dan komt toch het moment waarop er een biopt genomen moet worden. Kutzooi dus, want dat betekent dat er iets als een verdikking of tumor aanwezig is. Ik blijf rustig liggen en krijg om de paar minuten complimenten van de verpleegkundige dat ik het zo goed doe.
Na een vijf biopten op twee plaatsen en pakweg 15 minuten doorbijten, haalt de MDL de slang uit mijn keel en wordt er slijm uit mijn mond afgezogen. Ik vraag de MDL wat zijn diagnose is en hij zegt “het is niet goed, je hebt slokdarmkanker”. “Dat is goed kut” antwoord ik terwijl de betekenis van zijn woorden langzaam tot mijn doordringt: IK HEB KANKER GODVERDOMME. Even stort de hele wereld in en verlang ik hevig naar Carla. Alsof de MDL mijn gedachten kan raden vraagt hij een van de verpleegkundigen Carla uit de wachtkamer te halen. Zij komt binnen, kijkt mij aan, pakt mijn hand en ik zeg “het is niet goed”. Carla breekt en omhelst mij.
De MDL legt uit dat hij zeker weet dat er kanker in mijn slokdarm zit, dicht bij mijn maag. Daarna legt hij uit dat de biopten zijn diagnose moeten bevestigen en dat er een PET-scan gemaakt moet worden om te constateren of er uitzaaiingen zijn. Hij heeft immers alleen in mijn slokdarm en maag kunnen kijken en kan niet zien of er daarbuiten ook kankercellen of tumoren zitten. Er wordt ter plaatse een afspraak gemaakt voor woensdag 6 mei met een MDL om het vervolg te bespreken. Het behandelend team zal het behandeltraject bepalen waarvan de PET-scan de eerste stap zal zijn.
Daarna legt hij uit de het NoordWest Alkmaar samenwerkt met het UMC in Amsterdam, waar de operaties plaats vinden. Chemo’s en bestralingen worden in Alkmaar gedaan. Op de vraag van Carla of wij ook voor het AVL kunnen kiezen antwoord hij bevestigend, maar legt uit dat het UMC top-off-the-bill artsen heeft op het gebied van slokdarmkanker. Het hele proces van behandeling is een geoliede samenwerking tussen het NoordWest en het UMC met integrale teams waarin alle benodigde expertise aanwezig. Echt wereldtop. Hij besluit met de opmerking dat hij zijn vader (die ongeveer van mijn leeftijd is) ook zou verwijzen naar het UMC. En hij voegt eraan toe ‘dat hij een goede band met zijn vader heeft.
Verdoofd lopen we even later met de verwijsbrief voor 6 mei naar het lab voor bloedafname en zitten een kwartiertje later weer op de fiets.
Ik heb kanker, maar het gaat niet over mij. Zo voelt het, zeer onwerkelijk. Ik voel mij goed en gezond, ben niet moe en heb overal trek in. Dan kan je toch geen kanker hebben?
We fietsen meteen naar Isabel en Koen want die wonen vlak bij het ziekenhuis. Hun reactie is voorspelbaar: ongeloof, woede en huilen. En wij huilen mee. Daarna naar huis, broodje eten (geen trek in warm eten) en naar Zaandam om Opi, de vader van Carla en dus mijn schoonvader in te lichten. Ook bij hem komt het nieuws keihard binnen. Niet in de laatste plaats omdat hij twee vrouwen aan kanker verloren heeft en Carla in 2013 borstkanker gehad heeft. Het lijkt niet op te houden… Na Opi gaan we langs Bente en Sam; zelfde laken een pak. Verslagenheid en verdriet.
Na een stop bij onze vrienden Margreet en Ron komen we thuis en proberen we te de situatie te begrijpen, wat maar ten dele lukt. De avond wordt verder gevuld met het bellen en het versturen van What’sApp en Signal berichten. De reacties vliegen ons om de oren en de inhoud daarvan geeft troost en steun.
Morgen weer een dag….
