Carla en ik hebben gisteravond lang zitten praten zoals we de afgelopen bijna 40 jaar vaak hebben gedaan. Alleen het onderwerp is weer terug na 14 jaar… Ik heb het gevoel dat we dichter bij elkaar zijn dan ooit, dus zo’n diagnose is toch nog ergens goed voor.
We stellen vast dat al die belangstelling en, vaak emotionele berichten van vrienden en kennissen ons heel goed doen. De warmte en emotie die we van de kinderen krijgen is gewoon overweldigend. Ik schiet daar met enige regelmaat van vol.
Omdat Carla wat grieperig is ga ik in de tuin aan de gang om plaats te maken voor een appelboom die zaterdag geleverd is. Die boom markeert voor mij op fysieke wijze dit keerpunt in ons leven, want hoe dit ook afloopt, het leven zal nooit meer hetzelfde zijn maar die boom blijft staan. Daar zijn wij ons wel van bewust.
De What’sApp en Signal berichten blijven komen en ‘s middags komen Astrid (een nicht van Carla) en Hans langs. We kennen elkaar al meer dan 40 jaar en gingen toen de kinderen klein waren met de beide gezinnen elk jaar wel een week (of twee) op vakantie. Heel fijn om ze ‘live’ te spreken.
De rest van de dag doen we niet veel, naast praten over de situatie en over het besef dat langzaam indaalt dat er ook een scenario is waarin ik niet lang meer te leven heb.
